Het christelijk pacifisme heeft ‘geweld’ altijd en consequent afgewezen als middel om ‘geweld’ te stoppen. De bijbeltekst van ´wie naar het zwaard grijpt zal door het zwaard omkomen´ (Matteüs 26:52) is daarbij het motto. Dat is trouwens een uitspraak van Jezus als hij gearresteerd wordt terwijl één van zijn leerlingen een oor van één van zijn aanvallers afslaat. Die arrestatie loopt uit op een schijnproces tegen Jezus, zijn veroordeling en zijn vrijwel onmiddellijke executie. In deze dagen voorafgaand aan Pasen denken we daar opnieuw aan. Dat afzien van geweld is en blijft een reminder. Wat je verder ook van de Bijbel denkt, het pacifisme heeft daarin goede papieren. Net zo goed overigens als dat er teksten te vinden zijn die het nadenken over een rechtvaardige oorlog kunnen rechtvaardigen.

Wat me hoe dan ook opvalt is dat het publieke debat daarover tegenwoordig wel haast stilgevallen is. De oorlogen en oorlogsdreigingen (Matteüs 24: 6) behoren tot de meest verontrustende thema’s in het nieuws van onze tijd. Maar nauwelijks iemand reageert daarop. Ook op de voorgenomen enorme toename van de defensie-uitgaven reageert nauwelijks iemand. Zo’n twintig jaar geleden zou dat ondenkbaar geweest zijn. De mindset van het vijanddenken zou aan de kaak gesteld worden, en grote vredesdemonstraties zouden er door onze straten lopen. We hoorden of riepen zelf, met Jesaja (2:4) en Micha (4:3): “smeed zwaarden om tot ploegscharen”. Nu blijft het stil. Alsof mensen een grote leegte voelen. Wat is nog goed en rechtvaardig? Hoe vind je je oriëntatie in deze verwarrende tijd? Juist die stilte heeft naar mijn idee ook een verontrustende kant: we doen net alsof we ‘op een eiland wonen’ en dat alles wel aan ons voorbij zal gaan. Alsof het niet onze zaak is.

Jezus zegt in de Bergrede: “heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen” (Matteüs 5:44). Dat wil niet zeggen dat je ontkent dat er vijanden zijn; ze worden immers zo benoemd. En het wil, lijkt me, ook niet zeggen dat je je vijanden in alles gelijk moet geven. Maar het betekent wel dat je hen erkent als medemensen. Dat doorbreekt het wij-zij-denken, en het opent de mogelijkheid om creatief te zoeken naar mogelijkheden om elkaar alleen al op grond van ons aller mens-zijn te respecteren. Als dat voor mensen die heel veel aan elkaar te lijden hebben gehad, voorlopig niet kan, kan dat misschien door de bemid­deling van God. Die heeft – opnieuw – op dat vlak goede papieren; Jezus is ervarings­deskundige tenslotte als het gaat om doodgemarteld worden. Er moeten in godsnaam andere wegen te vinden zijn dan het hyper-vermenigvuldigen van wapens en legers, en het steeds grover zaaien van wederzijds dood en verderf. Er moeten andere wegen van verzet tegen geweld te vinden zijn; wegen die leiden naar de-escalatie en naar pragmatische alternatieven voor onze oorlogsreflexen. Dat mogen we bidden in elk geval. Wat ik tegenwoordig vooral mis is een vasthoudend zoeken naar een realistische en concrete exit-strategie uit al die hopeloze, zich steeds verder verknopende conflicten. Wat ik mis is de ernstige vraag naar een rechtvaardige vrede.

Moge het werkelijk Pasen worden.

 

ds. Anne Kooi, predikant van de protestantse (PKN) gemeente Waal, Koog, Den Hoorn